Skip to content

Recepten uit de volkskeuken van Vlaanderen

Tomaat met garnalen

tomaat garnaal

Dit eenvoudige gerecht heeft zijn succes te danken aan de unieke smaak van onze Belgische grijze Noordzeegarnalen. Wie tijd of geduld heeft, neemt best de moeite om ongepelde garnalen te kopen, en deze met de hand te pellen. De beste periode is van september tot en met november.

De tomaten ontvellen, is, evenals een goede, zelfgemaakte mayonaise een essentieel onderdeel van het gerecht. Een kleine moeite die een groot verschil maakt!

Meer lezen…

Pudding

Vanillepudding met muizestrontjes, of chocoladepudding was zowat het enige dessert dat thuis op tafel kwam. En die pudding kwam altijd uit pakjes, ik heb nooit anders geweten. Omdat er niet al te veel liefhebbers voor waren (eigenlijk alleen mijn moeder en ik) was het niet al te populair. En toen kwam Saroma, iets wat ik als kind zelf kon maken, omdat het niet moest gekookt worden. Een instant puddingpoeder waar je gewoon melk moest aan toevoegen, even roeren, en laten opstijven in de koelkast (die we niet hadden, dus ging het in de kelder). Karamel en aardbeien waren lekker, maar mijn favoriet was toch wel banaan. En wat blijkt, Saroma is nog steeds te koop. Dus deed ik een test: ik maakte de pudding met banaansmaak, en gaf die aan mijn jonge kinderen, die ook geen puddingliefhebbers zijn. En jawel hoor, succes!

Echte pudding is natuurlijk een heel ander verhaal. Het grote geheim (en het verschil met alle soorten pakjespudding) zit in het gebruik van verse melk en echte vanille of chocolade. Geen smaakmakers dus. Het is overigens een makkelijk recept, je moet alleen de moeite doen om verse hoevemelk te vinden. Lukt dat niet, gebruik dan een volle, biologische melk.

Ik vind het overigens lekker om de vanillepudding warm te eten. Recht uit de kookpot in een schoteltje, en dan wachten tot er een velletje op komt. Dit kan je dan eerst opeten, en als je even wacht komt er terug een velletje. En dan de hagelslag erdoor roeren, die een beetje smelt en een mooi effect geeft. Wat een feest !

Meer lezen…

Erwtensoep met korstjes

Dit is waarschijnlijk de meest populaire wintersoep uit de Vlaamse volkskeuken. Maar ook in de ons omringende landen is ze populair: erbsensuppe, potage St Germain, snert. Allemaal variaties op het thema gedroogde erwten. Als je meer naar het Zuiden van Europa trekt, worden de erwten vervangen door linzen en gedroogde bonen. Van oudsher zijn gedroogde peulvruchten belangrijke voedingsmiddelen geweest om de lange winter door te komen.

Deze soep vraagt gewoon om varkensvlees. In dit eenvoudig recept is dat een beetje spek, maar nog lekkerder is om een varkenspoot of een hammetje toe te voegen. Het gare en in stukjes gesneden vlees wordt nadien aan de soep toegevoegd.

  • De consistentie van deze soep is precies goed als ze pas klaar is. De dag nadien zal de soep flink wat dikker zijn. Voorzichtig opwarmen is dan de boodschap; eventueel de soep aanlengen met een beetje water;
  • Voeg geen aardappelen toe aan deze soep zoals veel recepten vermelden. Voor de binding heb je ze niet nodig, en ze halen bovendien nog smaak weg van de erwten;
  • bak de broodkorstjes op het laatste moment: ze smaken beter als ze warm uit de pan in de soep gaan.

Meer lezen…

Savooiestoemp

Savooiestoemp was een gerecht dat in de winter steevast één keer per week op tafel kwam, en tot de favorieten van onze familie behoorde. De stoemp werd altijd geserveerd met (gezouten) spek, want het spekvet was een belangrijk onderdeel in het maken van de stoemp. Een klein beetje spekvet werd apart gehouden voor mijn vader, die de gewoonte had bij dit gerecht een boterham met spekvet te eten.

Savooiekolen (groene kolen) waren natuurlijk volop beschikbaar in de winter, en kwamen bovendien uit onze eigen moestuin. Ook spek was relatief goedkoop, zodat dit een manier was om binnen het krappe huishoudbudget te blijven.

Het recept is heel gemakkelijk, maar vraagt wel een beetje tijd. In tegenstelling tot moderne keukens, had mijn moeder geen bijzonder keukengereedschap. Voor dit gerecht had ze evenwel een specifieke plank die ze gebruikte om de gekookte savooiekool fijn te hakken, alvorens deze onder de aardappelpuree te mengen. Het hakken gebeurde met een groot mes.

Meer lezen…

Chocolademousse

Chocolademousse is zeker geen exclusiviteit van de Belgische keuken, maar zowel de populariteit als de faam van de Belgische chocolade maken dat dit gerecht hier een plaatsje verdient. Door de jaren heen is de samenstelling van chocolademousse gewijzigd, en er wordt nu steevast een lichtere mousse gemaakt dan vroeger. Eierdooiers en boter worden nu bijna niet meer gebruikt. Commercieel bereidde mousse is dan weer de andere kant van het spectrum: meer lucht dan chocolade.

Ik gebruik voor dit recept Côte d’Or chocolade, zo in van die ouderwetse pakjes. Het cacaogehalte is met 48% aan de lage kant, zeker als je het vergelijkt met de huidige tendens om te streven naar +70% cacaogehalte. Ik zou toch aanraden om hier echt wel pure chocolade voor te gebruiken, ook al vind je melkchocolade misschien beter. Zowel de room als het eiwit halen flink wat van de “bitterheid” weg. Als je dit zou maken met melkchocolade is de smaak niet intens genoeg. Een alternatief is eventueel om de helft pure en de andere helft melk te gebruiken.

Het toevoegen van een toefje slagroom op de mousse kan beter achterwege gelaten worden: er zit al room in de mousse, en je wil echt wel chocolade proeven. De mousse moet ongeveer 3 uur opstijven in de koelkast, maar de volgende dag smaakt hij nog beter.

Meer lezen…

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.